Biologische varkens- en pluimveehouders blijven voorlopig afhankelijk van niet-biologisch eiwitvoer voor jonge dieren. Minister Jo Brouns steunt een verlenging van de Europese uitzondering voor eiwitvoer in de biologische veehouderij tot eind 2036, maar die was tijdens de landbouwcommissie van 21 oktober nog niet definitief.
Onder voorwaarden mag de biologische veehouderij maximaal 5 procent niet-biologisch eiwitvoer gebruiken voor biggen tot 35 kilogram en jong pluimvee. Die mogelijkheid vervalt eind 2026. Geschikte biologische alternatieven leveren voorlopig onvoldoende zekerheid om aan de aminozuurbehoeften van jonge dieren te voldoen.
Op een vraag van Leo Pieters (Vlaams Belang) zei Brouns te verwachten dat Europa de verlenging vóór de jaarwisseling goedkeurt. Een concreet noodscenario bij vertraging gaf hij niet.
Hoeveel Vlaamse bedrijven de uitzondering benutten, is onbekend. Volgens Brouns zou een meldingsplicht te veel administratie veroorzaken. Veel veehouders kopen mengvoer; het beschikbare aanbod bepaalt mee hun afhankelijkheid.
Vlaanderen ondersteunt lokale eiwitbronnen, onder meer via teeltsteun voor veldbonen en luzerne en via onderzoek. Daarbij tellen ook dierprestaties, welzijn en kostprijs mee.
De uitdaging blijft om voldoende geschikt én betaalbaar biologisch eiwitvoer beschikbaar te maken. Hoeveel vooruitgang tegen 2036 haalbaar is, kon de minister niet aangeven
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV

