Overheden leggen al langer beperkingen op voor het antibioticagebruik in de veeteelt met als doel om resistentie te vermijden en de volksgezondheid te vrijwaren. Onderzoekers van Wageningen University & Research maakten een analyse van de resistentie bij E. coli in de Nederlandse veeteelt sinds 2010.
De Nederlandse overheid startte reeds in 1998 met een programma om antibioticagebruik en -resistentie te monitoren bij pluimvee. Sinds 2009 werd ook het gebruik van antibiotica in de veeteelt stevig ingeperkt. In 2023 werd maar liefst 76 procent minder antibiotica toegediend in de sector, vergeleken met het referentiejaar 2009.
Om de evolutie van antibioticaresistentie te berekenen baseerden de onderzoekers zich op meer dan 12.000 positieve stalen voor E. coli, die in de periode tussen 2010 en 2023 genomen werden uit het mest van kippen, varkens en kalveren in Nederlandse slachthuizen. De wetenschappers categoriseerden de stalen als resistent of niet-resistent.
Opvallend was dat de resistentie duidelijk daalde in de periode van 2010 tot 2018. Tussen 2019 en 2023 stagneerde daarentegen het aantal gevallen van resistente E. coli, en dit terwijl het gebruik van antibiotica in die periode verder daalde. Bovendien blijft de resistentie tegen veel voorkomende antibiotica, zoals amoxicilline/ampicilline, sulfamethoxazole en trimethoprim, met waardes tussen twintig en dertig procent erg hoog. De onderzoekers concluderen daarom dat er meer studies nodig zijn om de relatie tussen antibioticagebruik en -resistentie beter te begrijpen. Op die manier kan de resistentie in de toekomst verder teruggedrongen worden.
Tekst: Maarten Ceyssens
Beeld: Prosu Beeldarchief


