Infecties met E. coli en salmonella tijdens het spenen vormen een oorzaak van speendiarree. Bovendien lijkt een hoge concentratie onverteerd eiwit in de achterdarm speendiarree in de hand te werken, maar onderzoek rond eiwit in voeder voor pasgespeende biggen geeft variabele resultaten.
Wetenschappers van de Canadese University of Saskatchewan en het Duitse chemiebedrijf Evonik focusten in een recente studie daarom op de concentratie van onverteerbare eiwitten in het voeder. Ze wilden te weten komen of deze concentratie een impact had op de groei, immuniteit en speendiarree bij jonge biggen na een infectie met E. coli of salmonella.
De onderzoekers plaatsen 32 pasgespeende biggen in aparte hokken. De dieren kregen voor een periode van veertien dagen een van twee mogelijke voeders op basis van maïs en soja met allebei een eiwitgehalte van 21 procent. In het eerste voeder was er een lage hoeveelheid (2,7 procent) onverteerbaar eiwit aanwezig. Het andere voeder bevatte een hoge dosis van 4,2 procent. Na zeven dagen werden de biggen geïnfecteerd met E. coli of salmonella. Zowel voor als na de orale toediening van de bacteriën werden de groei, temperatuur en mestscore van de dieren bijgehouden. De onderzoekers namen ook bloed af om ontsteking te meten.
Voor de blootstelling aan de bacteriën waren er geen verschillen meetbaar tussen de twee voeders. Na de infectie hadden de dieren een hogere temperatuur, meer diarree en meer tekenen van ontsteking in het bloed. Dit was het geval voor beide voeders en voor allebei de bacteriën. Wanneer de biggen een hoge concentratie onverteerbaar eiwit kregen, dan had dit een grotere negatieve impact op de voederopname, dagelijkse groei en de mestscore voor biggen met een Salmonella-infectie. Deze biggen vertoonden ook meer indicatoren van ontsteking en een grotere verspreiding van pathogenen in het lichaam. Bij dieren die blootgesteld waren aan E. coli, was de impact milder.
De onderzoekers concluderen dat bij de samenstelling van voeder voor pasgespeende biggen niet alleen rekening moet gehouden worden met de concentratie van onverteerbaar eiwit, maar ook met het type pathogeen waarmee de dieren in contact kunnen komen.
Samenstelling: Maarten Ceyssens

