Wetenschappers van Wageningen University & Research onderzochten in een recente studie het effect van verschillende voeders op de neurochemie in het brein en het gedrag van biggen bij een goede of slechte hygiëne.
In vorige onderzoeken heeft men al heel wat kennis opgedaan rond de invloed van hygiëne op het immuunsysteem, het metabolisme en gedrag van varkens. Zo is er aangetoond dat een slechte stalhygiëne het immuunsysteem triggert en ook een effect heeft op het metabolisme van aminozuren. Essentiële aminozuren die in het voeder aanwezig zijn, worden bij een slechte hygiëne immers ingezet voor de immuunrespons. De voedingsstoffen worden daardoor minder goed opgenomen in het lichaam. Dit heeft onder meer een effect op monoaminen in het brein van varkens. Dit zijn neurotransmitters die een cruciale rol spelen bij emoties en gedrag.
Voor de studie bij Wageningen University & Research werden 48 vrouwelijke biggen gedurende 19 dagen per twee in een hok geplaatst met een goede of slechte hygiëne. De dieren kregen ofwel een voeder met een tekort aan essentiële aminozuren, ofwel hadden ze de keuze tussen een voeder dat rijk of arm was aan aminozuren. De onderzoekers analyseerden het gedrag van de biggen. Verder werd speeksel afgenomen om het cortisolgehalte te meten. In het bloed en in het brein van de dieren zocht men onder andere naar het gelukshormoon serotonine, typtofaan (dat nodig is bij de aanmaak van serotonine) en stoffen die gelinkt zijn aan ontsteking.
Biggen in een hok met een slechte hygiëne vertoonden minder spelend gedrag. Bij deze dieren werden minder neurotransmitters in het brein gevonden en ook lagere gehaltes van serotonine en tryptofaan. Bij biggen die geen keuze hadden in het voeder, vond men eveneens lagere tryptofaangehaltes dan bij de andere dieren. Verder vertoonde deze eerste groep meer beschadigend gedrag.
Toch was de impact van de keuze tussen verschillende voeders minder groot dan verwacht. De biggen die de optie kregen tussen een voeder dat rijk of arm was aan aminozuren, namen vooral het eiwitarme voeder op. De biggen slaagden er dus zelf niet in om hun veranderde nood aan aminozuren zelf bij te stellen. Ten slotte werd er geen effect waargenomen bij het cortisolgehalte in het speeksel.
Samenstelling: Maarten Ceyssens

