Doornappel is een giftige, uitheemse plant die kan voorkomen op onder meer akkers en verstoorde bodems. De plant kan bij het oogsten in ruwvoeder terechtkomen en daardoor ernstige symptomen bij dieren veroorzaken. Hoe voorkom je groei van doornappel op een perceel en hoe voorkom je dat de plant schadelijke effecten veroorzaakt bij dieren?
Doornappel is een eenjarige plant die tot ongeveer twee meter hoog kan worden. Je herkent de plant aan de grote, onregelmatig getande bladeren, de witte tot lichtpaarse trompetvormige bloemen en de opvallende, stekelige doosvruchten. Die vruchten bevatten talrijke donkere, niervormige zaden. Alle delen van de plant zijn giftig, van de bladeren en stengels tot de vruchten en zaden.
Wat is doornappel?
Alle plantendelen van doornappel bevatten giftige stoffen: tropaanalkaloïden, waaronder hyoscyamine en scopolamine. Dieren kunnen vergiftigd raken door plantendelen of zaden van doornappel op te eten. Grazende dieren mijden de verse plant doorgaans door haar onaangename geur en smaak. Wanneer doornappel tijdens de oogst in het voeder (zoals maïskuil of hooi) terechtkomt, kunnen ze de plant toch ongemerkt opnemen. Drogen en inkuilen maken doornappel niet onschadelijk.
Ook andere voeders kunnen verontreinigd raken. Zo kunnen varkens doornappelzaden opnemen via verontreinigde voedergrondstoffen, zoals granen of sojaproducten. Bij honden zijn vergiftigingen beschreven na het rechtstreeks opeten van zaden.
In het lichaam van een dier verstoren de giftige stoffen de werking van het zenuwstelsel en de spijsvertering, en beïnvloeden het hart- en vaatstelsel. Dieren kunnen hierdoor ernstig ziek worden.
Vergiftiging herkennen
De symptomen van een vergiftiging met doornappel variëren afhankelijk van de opgenomen hoeveelheid, het gehalte aan gifstoffen en de gevoeligheid van de diersoort. Mogelijke symptomen zijn:
- Verwijde pupillen en droge slijmvliezen,
- Een versnelde hartslag en ademhaling,
- Onrust en coördinatiestoornissen,
- Invloed op de darmwerking, met verstopping en koliek,
- In ernstige gevallen: stuipen, ademhalingsproblemen en sterfte.
Neem bij vermoeden van een vergiftiging direct contact op met een dierenarts en stop met het geven van het verdachte voeder, dat adviseert DGZ.
Voederanalyse
Bij een vermoeden van doornappel in het ruwvoeder kan DGZ het ruwvoeder analyseren op het gehalte aan gifstoffen. DGZ adviseert een dergelijke analyse bij vaststelling van doornappel op het perceel waarvan het voeder afkomstig is, verdachte plantdelen of zaden in het voeder, twijfel aan aangekocht voeder of wanneer dieren symptomen vertonen die op vergiftiging kunnen wijzen.
Bron: DGZ
Tekst: Esmee Groot Roessink
Beeld: Pixabay

