Omgevingsverrijking in de kraamstal wordt vaak besproken in het kader van dierenwelzijn. Maar wat levert het concreet op in een conventioneel kraamhok? Amerikaans onderzoek laat zien dat gerichte verrijking kan zorgen voor minder huidbeschadigingen bij biggen en minder drukplekken bij zeugen.
Onderzoekers van Purdue University volgden 37 zeugen en hun tomen vanaf plaatsing in het kraamhok tot twee weken na spenen. Daarbij werd gekeken naar verschillende welzijnsindicatoren, zoals huidlaesies, traanstrepen en drukplekken, maar ook naar technische resultaten zoals gemiddelde dagelijkse groei en het aantal doodgelegen biggen.
Drie manieren van werken
De dieren werden verdeeld over drie groepen. In de controlegroep was geen verrijking aanwezig. In de tweede groep hadden alleen de biggen toegang tot verrijkingsmateriaal. In de derde groep konden zowel zeugen als biggen bij het materiaal.
Er werd bewust gekozen voor praktische verrijking die toepasbaar is in bestaande kraamhokken: houten blokken aan sisaltouw en kunststof speelmateriaal (PorkyPlays). In de gecombineerde groep hingen de objecten op twee hoogtes, zodat zowel zeug als biggen ermee konden omgaan. Het materiaal bleef beschikbaar tot twee weken na spenen.
Minder huidlaesies bij verrijkte biggen
Tijdens de zoogperiode bleken duidelijke verschillen zichtbaar in huidbeschadigingen. Biggen zonder verrijking hadden vaker wondjes aan oren en voorhand en scoorden hoger op de totaalscore voor huidbeschadigingen. In de verrijkte groepen lagen deze aantallen significant lager.
Dat wijst erop dat verrijking mogelijk helpt om ongewenst gedrag, zoals bijten te verminderen. Een kale omgeving kan frustratie oproepen, wat zich uit in meer interactie tussen biggen onderling. Extra afleiding in de vorm van verrijkingsmateriaal lijkt dat deels op te vangen.
Na het spenen verdwenen de verschillen tussen de groepen. In de opfok spelen factoren als mengen en rangorde waarschijnlijk een grotere rol dan de aanwezigheid van verrijking in de kraamperiode.
Traanstrepen als welzijnsindicator
Naast huidlaesies werd gekeken naar traanstrepen, een roodbruine verkleuring rond het oog die in onderzoeken wordt gebruikt als mogelijke stressindicator. Ook hier scoorden de biggen zonder verrijking duidelijk ongunstiger. Zowel tijdens de lactatie als in de eerste twee weken na spenen waren de traanstrepen groter bij de controlegroep.
Opvallend genoeg werden er geen verschillen gevonden in speekselcortisol, het hormoon dat vaak wordt gebruikt als maat voor fysiologische stress. Volgens de onderzoekers benadrukt dit dat cortisol niet altijd gevoelig is voor subtiele verschillen in leefomgeving. Cortisol kan bovendien stijgen bij zowel negatieve als positieve prikkels. Biggen zonder verrijking voelden meer stress, wat zichtbaar was aan grotere traanstrepen.
Effect zichtbaar bij zeugen
Ook bij de zeugen werden verschillen gevonden. Alle zeugen gingen zonder drukplekken het kraamhok in, maar gedurende de kraamperiode ontwikkelden sommige dieren schouder- of haklaesies. Zeugen in de groep waar ze ook toegang hadden tot verrijking hadden minder drukplekken dan zeugen zonder verrijking.
Hoewel niet alle verschillen even sterk statistisch onderbouwd waren, wijst het resultaat erop dat verrijking op zeughoogte mogelijk zorgt voor iets meer activiteit of kleine houdingswisselingen. In een kraamhok waar bewegingsvrijheid beperkt is, kan dat al verschil maken voor de drukbelasting op schouders en hakken.
Geen effect op technische resultaten
Voor de praktijk minstens zo belangrijk is dat de verrijking geen invloed had op de technische prestaties. De gemiddelde dagelijkse groei van de biggen was gelijk in alle groepen, zowel tijdens de zoogperiode als in de eerste twee weken na spenen. Ook het aantal doodgelegen biggen verschilde niet tussen de behandelingen. Het percentage lag in alle groepen relatief laag.
Praktische betekenis
De studie werd uitgevoerd onder gecontroleerde omstandigheden met relatief kleine groepen in de opfok, wat afwijkt van commerciële praktijkomstandigheden. Toch zijn de resultaten relevant voor bedrijven die binnen bestaande kraamhokken willen werken aan welzijnsverbetering.
Met relatief eenvoudige, hygiënisch beheersbare materialen werden meetbare verschillen gevonden in huidconditie en welzijnsindicatoren bij biggen en in drukplekken bij zeugen. Tegelijkertijd bleven groei en uitval onveranderd.
In een tijd waarin maatschappelijke druk en regelgeving rondom dierenwelzijn toenemen, laat dit onderzoek zien dat ook binnen conventionele kraamhokken stappen mogelijk zijn. Gerichte verrijking lijkt een praktische maatregel die welzijn kan verbeteren zonder dat dit ten koste gaat van het technische resultaat.
Tekst: Meike Wittenhorst
Beeld: Prosu Beeldarchief

