De overgang op speenvoer is in de praktijk nog vaak een aanleiding tot diarree. Volgens biggenspecialist Eddy Van Herck van Agrifirm, kan een goede opname van vast voer in het kraamhok dit voorkomen.
Wat betreft voeding overheersen drie uitdagingen bij biggen: te lage voeropname, diarree en een speendip. Volgens Eddy Van Herck, die zich binnen Agrifirm volledig richt op voeding en management van jonge dieren, zijn deze uitdagingen onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Hoeveel voer nemen uw biggen op?
“Minder dan 200 gram voeropname per big in de kraamperiode scoren we als slecht”, deelt Van Herck. “In mijn werk met jonge biggen zie ik dagelijks welke invloed dit heeft op hun verdere ontwikkeling. 200 tot 300 is matig, 300 tot 400 is goed en meer dan 400 gram is uitstekend. Een voeropname van 500 gram per big in de kraamstalperiode is mogelijk, maar dan moet je dit wel op de juiste manier aanbieden.”
Belangrijk is om te gaan voor voeding met de juiste balans tussen goed verteerbare voedingsstoffen en stoffen die goed zijn voor de maagdarmgezondheid, oftewel een goede balans tussen fijne en grove voedingsstoffen. “Dat is precies waar wij ons met het ons team op focussen: voeding die jonge dieren ondersteunt in hun natuurlijke ontwikkeling.” licht Van Herck toe. “Als hier een disbalans in ontstaat, neemt de kans op diarree toe en worden de dieren zwakker.”
Minder opname zorgt voor minder resultaat
Daarnaast zorgt minder voeropname voor minder vitale biggen, een verminderde darmgezondheid en een grotere kans op een speendip, aangezien de biggen tijdens de kraamstalperiode onvoldoende gewend raken aan vast voedsel. “Daarom is een goede pre-starter zo belangrijk, waarbij de verhouding tussen voedingsstoffen klopt. En zorg dat je dit op de juiste manier aanbiedt. Zet een voerbakje bij de kop van de zeug, zodat de biggen het eetgedrag van hun moeder kunnen kopiëren. Hierdoor zullen ze het sneller zelf overnemen en verbetert de voeropname. Dit leerproces geldt ook voor drinkwater.”
“Maar leg geen onnodige hoeveelheid voer in het hok neer. Houd het vers en smakelijk, maar ook leuk voor de biggen met af en toe wat snoepvoer tussendoor.”
Wat zijn de kansen voor het bijvoeren met melk?
Een andere aanvulling op voeding is melk. Toch is de specialist in biggenvoeding van mening dat varkenshouders hier voorzichtig mee moeten zijn. “Zet alleen melk in wanneer nodig, dus bij zwakke of te lichte biggen. Je helpt het verteringsstelsel er namelijk niet mee op weg voor de lange termijn. Beter is om split suckling te doen en op deze manier zwakke biggen te ondersteunen.”
Focus op voeding loont
Door in het kraamhok al vroeg te focussen op voeropname, wordt op een later moment sneller een mooi speengewicht bereikt, meent Van Herck. “Door op tijd te kiezen voor de juiste voeding, zorg je vanaf de start voor vitale en goed groeiende biggen. En dat wil uiteindelijk toch iedereen?”
Tekst: Kim Sjoers

