Goede diagnostiek op varkensbedrijven is essentieel voor een optimale diergezondheid, het welzijn van mens en dier en sterke technische én financiële prestaties. Het vormt het vertrekpunt voor een doeltreffende aanpak van terugkerende gezondheidsproblemen. HIPRA ondersteunt dierenartsen met vijf verschillende diagnostische checks om infecties gericht in beeld te brengen. In dit artikel vertellen we u meer over de Biestcheck, Enterocheck en Verocheck.
HIPRA’s visie op diagnostiek
In de praktijk zijn tijd en budget vaak beperkende factoren om diagnostiek in te zetten. Het uitvoeren van analyses en het vertalen van resultaten naar een concreet actieplan vraagt immers een investering. Daardoor lijkt het soms eenvoudiger om op goed geluk maatregelen te nemen. Toch wordt vaak onderschat hoeveel economische schade problemen, zoals geboortediarree, veroorzaken. Ook een vlotte opstart van biggen na het spenen en het behouden van uniforme koppels vergt extra aandacht, vakmanschap en arbeid. Goede monitoring en diagnostiek vormen daarom meestal slechts een beperkte investering met een grote meerwaarde. Tijdens bedrijfsbezoeken werken we samen met de dierenarts aan haalbare, praktische oplossingen die echt het verschil maken.
De Biestcheck, dé tool voor het monitoren van de biestopname
Met de Biestcheck wordt de biestopname gemeten via antistoftiters tegen vlekziekte. Dat gebeurt bij tien zeugen in de kraamstal en bij telkens drie van hun eigen biggen. Er wordt dan specifiek gekeken naar de overdracht van antistoffen van zeug naar big, 4 tot 10 dagen na de geboorte. Idealiter zijn de antistoftiters bij zeug en big gelijk. Als varkenshouder kun je verschillende vaccinaties toepassen bij zeugen, bijvoorbeeld tegen geboortediarree en andere aandoeningen, zoals PRRS of snuffelziekte. Uiteindelijk hangt de bescherming van de big echter vooral af van de hoeveelheid biest die hij opneemt. Grote verschillen tussen biggen, of algemeen lage antistoftiters, wijzen vrijwel altijd op structurele problemen in de biestopname.
Welke inzichten levert de Biestcheck op?
De Biestcheck geeft inzicht in biestkwaliteit en -verdeling. Lage scores bij alle biggen wijzen vaak op onvoldoende beschikbare biest, meestal doordat zeugen niet fit aan het werpen beginnen. Soms is de productie goed, maar verloopt de verdeling onevenwichtig, waardoor split suckling, zeker bij grote tomen, cruciaal is. De hoogste scores zien we bij bedrijven met veel aandacht voor het werpproces en een correcte biestverdeling, zoals familiebedrijven of grote vermeerderingsbedrijven met een strak protocol en goed opgeleid personeel. Dit vakmanschap vertaalt zich in de resultaten van de Biestcheck en bijgevolg in weerbare biggen en minder problemen zoals geboortediarree of PRRS en.
De Enterocheck: voor een grondige analyse bij aanhoudende kraamstaldiarree
Deze analyse brengt in kaart welke ziekteverwekkers bijdragen aan de diarreeproblematiek op een bedrijf. Hiervoor worden swabs genomen van drie tomen met diarree en aangebracht op speciale FTA-kaarten. Zo krijgt de varkenshouder een duidelijk beeld van de darmflora en inzicht in welke kiemen overheersen. Clostridium perfringens type A wordt vrijwel altijd aangetroffen. Daarnaast bevat ongeveer 78% van de monsters Escherichia coli en 85% Clostrioides difficile. Rotavirus type A en C wordt in circa drie vierde van de monsters gevonden. Naast de hoge omgevingsdruk van ziektekiemen moeten ook factoren zoals klimaat en vloertemperatuur zorgvuldig worden beoordeeld. Uiteindelijk blijft een correcte biestverdeling, in combinatie met een goed afgestemde vaccinatie- en adaptatiestrategie, cruciaal voor een gezonde darmflora bij biggen in de kraamstal.
De Verocheck: speelt slingerziekte een rol op uw bedrijf?
Deze test, die wordt uitgevoerd op speekselstalen, detecteert de specifieke verotoxigene E. coli-stam die verantwoordelijk is voor de typische slingerende gang, gezwollen oogleden en verhoogde uitval. De klinische symptomen vormen echter vaak slechts het topje van de ijsberg. De ernst van de aandoening hangt samen met de hoeveelheid toxine die de bacterie produceert. In de praktijk zien we dat biggenopfok vaak suboptimaal verloopt, met bijkomende problemen zoals oortopnecrose en streptokokkeninfecties. Wordt in deze gevallen ook de verotoxigene E.coli aangetoond in het speeksel, dan is er sprake van een subklinische vorm van slingerziekte. Dit kan leiden tot verminderde dagelijkse groei, een hogere voederconversie en een verhoogd antibioticaverbruik. In België testen ongeveer 60 procent van de inzendingen positief.
Vijf HIPRA checks om infecties in kaart te brengen:
1. Biestcheck: inzicht in biestvoorziening en overdracht van antistoffen van zeug naar big.
2. Enterocheck Plus: opsporen van kiemen die neonatale diarree veroorzaken: E. coli, Clostridium perfringens type A en C, Clostridiodes difficile, rotavirus type A en C en PED-virus.
3. Verocheck: aantonen van de aanwezigheid van E. coli met het verotoxinegen.
4. Novyicheck: controle op de bacterie Clostridium novyi die plotselinge sterfte bij zeugen kan veroorzaken.
5. Rhinicheck: onderzoek naar Bordetella bronchiseptica en Pasteurella multocida DNT in speeksel biggen.
Tekst & beeld: Hipra

