Een effectieve bestrijding van kraamstaldiarree begint met weten waar je mee te maken hebt. Verschillende ziekteverwekkers kunnen een rol spelen. Met diagnostisch onderzoek – waarbij sectie het meest complete beeld geeft – kan worden vastgesteld wat er precies aan de hand is. Ook mestonderzoek kan hierbij waardevolle informatie opleveren.
HIPRA biedt de Enterocheck Plus aan: een diagnostische kit waarbij swabs van diarreemonsters worden afgedrukt op een FTA-kaart. Deze kaarten worden vervolgens in het HIPRA Diagnos-laboratorium onderzocht. Voor elke inzending worden twaalf PCR-testen uitgevoerd om virulentiegenen van veelvoorkomende bacteriën en virussen op te sporen:
- F4, F5, F6 en LT van E. coli
- α-, β- en ε-toxine van Clostridium perfringens
- A- en B-toxine van C. difficile
- Rotavirus A en C
- PED-virus
Op basis van de resultaten kunnen dierenarts en varkenshouder samen bepalen welke preventieve maatregelen nodig zijn en welk vaccin het beste past bij de situatie op het bedrijf.
Meestal meervoudige infecties
In de periode 2022-2023 voerde HIPRA 2030 Enterochecks uit op monsters afkomstig van bedrijven verspreid over Europa. Daaruit blijkt dat de meeste diarreemonsters (67procent) meerdere pathogenen in relevante hoeveelheden bevatten.
De bacteriën die het vaakst werden aangetoond:
• Clostridium perfringens type A (99 procent positief)
• C. difficile (85procent positief)
• E. coli (78procent positief)
Clostridium perfringens type A werd in 21procent van de monsters als enige bacterie gevonden, en in circa 30 procent samen met C. difficile.
De Enterochecks zijn gebaseerd op PCR-tests. Hierbij wordt genetisch materiaal van ziektekiemen aangetoond, maar dat betekent niet automatisch dat die kiem ook verantwoordelijk is voor de ziekteverschijnselen. Dit zien we bijvoorbeeld bij rotavirussen: deze kunnen ook zonder diarreeproblemen in de darmen aanwezig zijn.
Voor een definitieve diagnose is het daarom aan te raden om aanvullend pathologisch onderzoek uit te voeren. Ook een kweek kan nuttig zijn, bijvoorbeeld om een antibiogram te verkrijgen en zo een gerichte behandeling te kunnen instellen.
Biestopname is cruciaal
Het effect van zeugenvaccinatie komt pas goed tot zijn recht als de biggen voldoende en gelijkmatig biest opnemen. Daarom zijn ook andere factoren belangrijk, zoals:
• Het management rond werpen
• Een goedbiestbeleid
• Een optimaal klimaat in de kraamstal
Daarnaast blijft aandacht voor de behandeling van biggen en het reinigen en ontsmetten van de kraamstal essentieel. Een evenwichtige leeftijdsopbouw van de zeugenstapel draagt bovendien bij aan een betere weerstand en minder infectieproblemen.
Meer weten?
Wilt u weten welke ziekteverwekkers een rol spelen bij kraamstaldiarree op uw bedrijf en welke aanhechtingsfactoren en toxines aanwezig zijn? Contacteer uw bedrijfsdierenarts en vraag naar de Enterocheck Plus.
Tekst & beeld: Hipra

