Het eenmalig aanzuren van achtergebleven mest in de mestput kan de methaanuitstoot in vleesvarkensstallen fors verminderen. Dat blijkt uit praktijkonderzoek van Wageningen Livestock Research (WLR). In een proef werd tijdens de eerste ronde een reductie van ongeveer 80 procent gemeten. Ook in de daaropvolgende rondes bleef de uitstoot aanzienlijk lager, zonder dat opnieuw zuur werd toegevoegd. De onderzoekers zien vooral kansen voor bestaande varkensstallen, al vraagt een mogelijke stijging van de ammoniakemissie om nader onderzoek.
Onderzoekers Jihane el Mahdi en Bram Bos van Wageningen Livestock Research onderzoeken binnen het programma Integraal Aanpakken hoe het aanzuren van mestresidu kan bijdragen aan het terugdringen van methaanemissies. Anders dan bij het aanzuren van grote hoeveelheden mest, richt deze methode zich uitsluitend op de mest die na het leegmaken van de mestput achterblijft.
Dit mestresidu speelt een belangrijke rol bij de methaanvorming wanneer tijdens een volgende productieronde verse mest in de put terechtkomt. Door het residu eenmalig aan te zuren, proberen de onderzoekers dit proces langdurig te remmen.
Methaanreductie blijft meerdere rondes behouden
Na positieve resultaten in het laboratorium werd de methode getest in een gangbare vleesvarkensstal met roostervloeren en mestputten. Aan het einde van een productieronde wordt de mest afgevoerd, waarna een kleine hoeveelheid achterblijft in de put.
De onderzoekers voegden azijnzuur toe aan dit mestresidu en mengden het handmatig door de achtergebleven mest. In een vergelijkbare controleafdeling werd geen zuur gebruikt. Vervolgens werden gedurende vier productierondes van ongeveer drie maanden de emissies gemeten.
De resultaten waren opvallend. Tijdens de eerste ronde werd de methaanuitstoot met ongeveer 80 procent verminderd. In de tweede en derde ronde lag de reductie nog altijd rond de 70 procent, zonder een nieuwe zuurtoevoeging. Pas in de vierde ronde nam het effect af tot ongeveer 50 procent.
Volgens de onderzoekers kan het langdurige effect mogelijk worden verklaard door veranderingen in de microbiële samenstelling van het mestresidu. Hierdoor zou de vorming van methaan ook na langere tijd geremd blijven. Het precieze werkingsmechanisme wordt nog onderzocht.
Vervolgproef bevestigt eerste resultaten
Om de uitkomsten te controleren, startte Wageningen Livestock Research een tweede praktijkproef op hetzelfde varkensbedrijf, maar in twee andere afdelingen. Daarbij werd gewerkt met azijnzuur in een lagere concentratie van 20 procent, om de toepassing praktischer en veiliger te maken.
Ook deze proef leverde tot dusver positieve resultaten op. Zowel in de eerste als in de tweede productieronde werd ongeveer 70 procent minder methaan uitgestoten.
Tegelijkertijd kwam een belangrijk aandachtspunt naar voren. In de vervolgproef steeg de ammoniakemissie met ongeveer 25 procent. Volgens de onderzoekers hangt dit mogelijk samen met een relatief droge laag op de mest. Of deze stijging ook onder andere omstandigheden optreedt, is nog niet duidelijk.
Vooral interessant voor bestaande varkensstallen
De methode kan volgens de onderzoekers vooral interessant zijn voor varkenshouders met bestaande stallen. Veel maatregelen om methaanemissies terug te dringen, zoals dagontmesting of het aanpassen van stalvloeren, vragen aanzienlijke investeringen.
Het aanzuren van mestresidu kan mogelijk worden toegepast zonder ingrijpende aanpassingen aan het stalsysteem. Bovendien hoeft het zuur bij een langdurige werking niet na iedere productieronde opnieuw te worden toegevoegd.
Een ander voordeel is dat azijnzuur vrij verkrijgbaar is en er geen sprake is van een gepatenteerd of gesloten systeem. Wel moet de praktische en veilige toepassing op bedrijfsniveau verder worden onderzocht.
Kosten geraamd op 2 tot 3 euro per dierplaats
De onderzoekers ramen de kosten van de behandeling momenteel op ongeveer 2 tot 3 euro per dierplaats per jaar. Voor een afdeling met 144 vleesvarkens komt dat neer op enkele honderden euro’s.
Wanneer de methaanreductie in vervolgonderzoek wordt bevestigd, kan de maatregel volgens WLR een relatief betaalbare manier worden om de klimaatimpact van de varkenshouderij te verminderen.
Bram Bos schat dat de toepassing de CO2-voetafdruk van varkensvlees met meer dan 15 procent kan verlagen. Mogelijke economische voordelen liggen volgens de onderzoekers onder meer bij een vergoeding voor lagere emissies, een premie op het vlees of een hogere biogasopbrengst bij mestvergisting.
Dikkere mest kan gevolgen hebben voor mestafvoer
Het aanzuren lijkt ook invloed te hebben op de samenstelling van de mest. Zo constateren de onderzoekers dat de mest dikker wordt en meer organische stof vasthoudt. Dit kan gunstig zijn voor de opbrengst bij mestvergisting, doordat er meer koolstof in de mest achterblijft.
Daar staat tegenover dat dikkere mest de afvoer uit de mestput mogelijk kan bemoeilijken. Vooral in stallen waar de mest via natuurlijke afstroming wordt afgevoerd, kan dit een aandachtspunt zijn.
Daarnaast moet nog worden onderzocht welke gevolgen de behandeling heeft voor de mestopslag, het uitrijden van de mest en de emissies na aanwending op landbouwgrond.
Verder onderzoek nodig voor praktijktoepassing
Hoewel de eerste resultaten veelbelovend zijn, benadrukt Wageningen Livestock Research dat het aantal praktijkproeven nog beperkt is. De onderzoekers willen onder meer vaststellen hoeveel zuur minimaal nodig is, hoelang het effect onder verschillende omstandigheden aanhoudt en wat de gevolgen zijn voor andere emissies.
Voor de varkenshouderij biedt de methode perspectief, vooral omdat met een relatief beperkte ingreep een langdurige methaanreductie mogelijk lijkt. De gemeten toename van ammoniak in de vervolgproef laat echter zien dat verdere ontwikkeling noodzakelijk is voordat de techniek breed in de praktijk kan worden toegepast.
Bron: Integraal aanpakken
Beeld: beeldarchief Prosu

