Plannen van de Deense overheid om de varkenshouderij verder te verduurzamen en de welzijnseisen aan te scherpen, kunnen de productiekosten verhogen en mogelijk leiden tot een lagere varkensproductie. Dat blijkt uit een analyse van de Britse Agriculture and Horticulture Development Board (AHDB).
Denemarken behoort tot de grootste varkensproducenten van Europa en telde in 2025 ongeveer 12,3 miljoen varkens. Circa 85 procent van het geproduceerde varkensvlees wordt geëxporteerd.
Een van de meest ingrijpende plannen is de invoering van een CO₂-heffing op emissies uit de veehouderij vanaf 2030. Daarnaast worden investeringen verwacht in mestmanagement en emissiereductie. Ook staan strengere welzijnsregels op stapel. Zo wordt gesproken over een verhoging van de minimale speenleeftijd van drie naar vier weken, het verder terugdringen van routinematig couperen van staarten en strengere voorwaarden voor antibioticagebruik. Op langere termijn wil Denemarken ook af van permanente fixatie van zeugen.
Volgens AHDB kunnen de maatregelen gezamenlijk de kostprijs verhogen. Een langere zoogperiode kan bijvoorbeeld het aantal worpen per zeug per jaar verlagen, terwijl aanpassingen aan huisvesting en management extra investeringen vragen.
Een lagere Deense productie kan gevolgen hebben voor de hele Europese markt. Minder Deens varkensvlees op de exportmarkt kan leiden tot een krapper aanbod en verschuivingen in handelsstromen. Hoe groot het effect wordt, hangt af van de definitieve uitwerking van de plannen.
Tekst & Beeld: Gerben Hofman

