Het VLIF blijft een belangrijke motor achter investeringen in de Vlaamse land- en tuinbouw. In 2025 werden in totaal 26.715 investeringen aangevraagd, goed voor bijna 317 miljoen euro aan gevraagde steun. Daarvan werden 16.478 investeringen geselecteerd. Na het bewijs van uitvoer bleven 13.046 bevestigde investeringen over, samen goed voor ongeveer 195 miljoen euro. Dit valt te lezen in het VLIF jaarverslag 2025.
Een opvallend deel van de toegekende steun ging volgens het jaarverslag naar investeringen die de ammoniakuitstoot helpen verminderen. Die steun valt onder de ammoniakemissiearme investeringssteun, kortweg AER. Binnen AER werden in 2025 5.269 investeringen geselecteerd, goed voor een selectiebedrag van 138,2 miljoen euro. Dat is een fors bedrag en laat zien dat ammoniakreductie een belangrijk investeringsspoor is geworden in de Vlaamse veehouderij.
Na de selectie moesten landbouwers bevestigen dat ze de investering ook effectief zouden uitvoeren. Voor AER werden 4.403 investeringen bevestigd. Dat betekent dat het grootste deel van de geselecteerde ammoniakemissiearme investeringen ook effectief richting uitvoering ging.
Waar ging de meeste AER-steun naartoe?
Het verslag splitst de AER-steun niet uit tot op het niveau van afzonderlijke toestellen zoals mestrobots, luchtwassers of specifieke vloersystemen. Het werkt met bredere thema’s. Daaruit blijkt wel heel duidelijk waar de nadruk lag. Veruit de meeste AER-steun ging naar structurele investeringen. In de praktijk betekent dit dat de steun vooral ging naar aanpassingen aan stallen en staltechniek die nodig zijn om emissies te verlagen. Denk aan structurele stalverbeteringen, emissiearme systemen, snellere mestverwijdering, aangepaste vloeren of andere technieken die de vorming en verspreiding van ammoniak beperken.
Vooral West-Vlaanderen trekt AER-steun aan
West-Vlaanderen springt duidelijk in het oog. Van het AER-selectiebedrag ging 67 procent naar West-Vlaanderen. In absolute cijfers gaat het om 3.206 geselecteerde AER-investeringen, goed voor 92,96 miljoen euro. Daarna volgen Oost-Vlaanderen met 20,1 miljoen euro en Antwerpen met 15,1 miljoen euro.
Intensieve veehouderij en melkvee voorop
Bij de AER-investeringen gaat het grootste bedrag naar de intensieve veehouderij, dus vooral varkens en kippen. Die sector was goed voor 1.729 geselecteerde investeringen en 63,9 miljoen euro. Dat is 46 procent van het AER-selectiebedrag.
Daarna volgen de nieuwe landbouwers met 29,5 miljoen euro en de melkveehouderij met 1.724 investeringen en 23,2 miljoen euro. De melkveehouderij heeft dus bijna evenveel AER-investeringen als de intensieve veehouderij, maar met gemiddeld een lager selectiebedrag per investering.
Ook veel reguliere investeringssteun
Naast AER was er ook de gewone productieve investeringssteun. Daar werden 11.209 reguliere investeringen geselecteerd, samen goed voor 99,8 miljoen euro. Na bewijs van uitvoer werden 8.643 investeringen bevestigd.
Bij deze reguliere investeringssteun ging de meeste steun naar automatisatie: 618 investeringen, goed voor 17,7 miljoen euro. Daarna volgden bodemkwaliteit met 13,2 miljoen euro, energiebesparing met 12,4 miljoen euro en hernieuwbare energie met 12 miljoen euro. Ook waterkwaliteit, precisielandbouw, arbeidskwaliteit, dierenwelzijn, korte keten en emissie kregen steun.
Jonge landbouwers krijgen veel steun
Het VLIF blijft ook belangrijk voor jonge landbouwers. In 2025 werd bij 8.935 van de 16.478 geselecteerde productieve investeringen een beroep gedaan op de verhoogde steun voor jonge landbouwers. Dat is 54% van het aantal investeringen en 66 procent van het selectiebedrag.
Daarnaast werden 319 aanvragen voor opstart- of overnamesteun geselecteerd, goed voor 28,7 miljoen euro. Daarvan ging 91 procent over de overname van een bestaand bedrijf en 9 procent over de opstart van een nieuw bedrijf. De meeste aanvragen kwamen uit West-Vlaanderen, gevolgd door Oost-Vlaanderen.
Per sector waren melkveebedrijven het sterkst vertegenwoordigd bij de opstart- en overnamesteun: 64 geselecteerde aanvragen, goed voor 5,79 miljoen euro. Daarna volgden vleesvee, akkerbouw, varkens en pluimvee.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV

