Een goede wateropname bij zeugen is essentieel voor de gezondheid van het dier. Water is geen randvoorwaarde, maar het fundament voor een goede voeropname, biest- en melkproductie en gezondheid. Varkenshouders die dit goed regelen, zien het ook terug in de technische resultaten.
Waarom is drinkwater voor zeugen zo belangrijk?
Water speelt een belangrijke rol in het lichaam van de zeug. Geen enkel fysiologisch proces verloopt optimaal wanneer het dier niet voldoende drinkt. Het draagt namelijk bij aan onder andere de ontwikkeling van de foetussen én de biest- en melkproductie.
Daarnaast is water onmisbaar voor het afvoeren van afvalstoffen, het reguleren van de lichaamstemperatuur en het ondersteunen van de algehele stofwisseling. Verder ondersteunt het bij de opname van nutriënten uit het voer.
Gevolgen van onvoldoende wateropname
Onvoldoende wateropname heeft een negatieve impact op de zeugen. De volgende effecten stapelen zich doorgaans in een rap tempo op:
- Een daling in de voeropname
- Verslechterde biest- en melkproductie
- Meer stress en onrust
- Een verhoogd risico op urineweginfecties
- Een lagere weerstand
Deze effecten kunnen op verschillende manieren zichtbaar worden. Zo kunnen de zeugen een grauwere kleur krijgen, laten ze voerresten liggen, lopen ze meer risico op prolapsen of kan zelfs beschadigend gedrag ontstaan.
Minder zichtbaar is de impact op de biggen. Als de wateropname tijdens de dracht niet voldoende is, hopen afvalstoffen zich in het lichaam van de zeug op en dit schaadt de ontwikkeling van de ongeboren biggen. De ophoping van deze afvalstoffen wordt ook in direct verband gebracht met ontstekingsverschijnselen, zoals SINS bij biggen.
Richtlijnen voor waterhoeveelheden
Wateropname wordt in de praktijk vaak niet bijgehouden. Dit is een gemiste kans, want hier valt qua bedrijfsvoering veel winst te behalen. Een watermeter per afdeling geeft al voldoende inzicht. Vooral rond het werpen is dit waardevol, omdat gemiddelden over het hele bedrijf weinig zeggen over wat er écht gebeurt op kritieke momenten.
| Fase | Wateropname (liter/zeug/dag) | Nippelcapaciteit | Belangrijkste aandachtspunten |
|---|---|---|---|
| Dracht | 12 – 20 (min. 12) | 0,6 – 1,0 l/min | Water meten, voldoende drinkplekken, urine controleren |
| Kraamstal (rond werpen) | ±15 | >3,0 l/min | Extra aandacht dag -2 tot +2, opname monitoren |
| Kraamstal (lactatie) | 30 – 40 | >3,0 l/min | Hoge opname nodig voor melkproductie |
| Dekstal | ±15 | ±1,0 l/min | Let op piek rond berigheid |
Wateropname bij zeugen stimuleren
Voldoende watergift
De capaciteit van de drinknippels moet in iedere fase voldoende zijn, zoals weergegeven in de tabel. In de kraamstal is een hoge nippelgift met een lage flow het allerbeste.
Meet de nippelcapaciteit aan het begin, midden en eind van de leiding. Zo zie je drukverlies in het systeem. Een piekbelasting van totaal watergebruik kan grote negatieve effecten hebben.
Wat vaak onderschat wordt: bij een te lage watergift gaan zeugen niet simpelweg veel langer drinken. De totale opname daalt dan juist.
Goede bereikbaarheid
Water moet altijd beschikbaar en makkelijk bereikbaar zijn. Zorg voor voldoende drinkpunten en drinkbakken waarbij er genoeg ruimte voor meerdere dieren is. Dit vermindert concurrentie en verbetert de wateropname.
Situaties waarin zeugen voor de drinkpunten gaan liggen, wil je te allen tijde voorkomen. Controleer ook op hoogte en hoek van de nippel. Deze beïnvloeden namelijk hoe makkelijk de zeug drinkt.
Waterkwaliteit en smakelijkheid
Wateropname kan ook tegenvallen door verminderde smakelijkheid. De aanwezigheid van microbiologische verontreiniging of een grote hoeveelheid ijzer of zouten kan de smakelijkheid aantasten. Hierdoor nemen de zeugen minder water op.
Controleer daarom regelmatig met een specialist de kwaliteit van het water. Verder kan het aanzuren van drinkwater juist een positief effect op de opname hebben.
Vreetsnelheid en indicatoren
Het gedrag van zeugen zegt veel over de wateropname. Een vlotte vreetsnelheid en goede voeropname zijn signalen dat de zeug voldoende water binnenkrijgt.
Verder wijst lichte en kleurloze urine vaak op een goede wateropname. Is de urine donker? Dan is er mogelijk wat aan de hand.
Tot slot kijk je als varkenshouder ook naar de mest. Keutelige mest rond het werpen is een indicatie dat de dieren niet voldoende vocht binnenkrijgen.
Extra aandacht rond het werpen
De periode rond het werpen vereist meer aandacht. Extra water bijgeven vanaf twee dagen voor het werpen tot twee dagen erna helpt om de opname op gang te brengen.
Het is belangrijk om dit niet te lang aan te houden om gewenning te voorkomen. Idealiter is de wateropname al ruim voor het werpen in orde, want een zeug die goed start, blijft doorgaans beter eten en drinken.
Drinkwater ook bij brijvoer belangrijk
Zelfs bij een relatief laag droge stof-percentage van het rantsoen (bijvoorbeeld 20%) is sturen op voldoende drinkwater belangrijk. Aanvullende wateropname via een drinknippel is in deze gevallen noodzakelijk om aan de totale behoefte te voldoen.
Impact op biggen groter dan gedacht
Wateropname heeft niet alleen impact op de zeug. Ook biggen merken de gevolgen als de zeugen voldoende drinkwater krijgen. Voor de pasgeborenen betekent dit het volgende:
- Betere geboortegewichten
- Hogere groei in de eerste levensdagen
- Meer uniforme tomen
- Minder vaak overleggen en minder pleegzeugen
Conclusie
Varkenshouders die sturen op wateropname werken aan een stevig fundament voor betere technische resultaten. Een goede wateropname zorgt voor vitale zeugen en vitale zeugen zorgen voor sterke biggen met betere prestaties.
Bron: Agrifirm

