De nieuwe Deense regering kiest voor een ingrijpende koerswijziging in het landbouwbeleid. Vooral de Deense varkenshouderij is de kop van Jut. Er wordt gesproken over een grote herstructurering waarna er alleen nog maar voor de eigen markt wordt geproduceerd.
Denemarken is één van de grote varkenslanden van Europa en produceert net als Nederland en Vlaanderen veel meer varkensvlees dan het land zelf consumeert. De sector is sterk exportgericht, met een belangrijke rol voor biggenexport, vleesverwerking, genetica, transport en slachterijen. Het Deense model moet nu vrezen voor radicale ingrepen. De nieuwe regering vindt dat omvang en werkwijze van de sector niet meer passen binnen doelen voor drinkwaterkwaliteit, natuurherstel, klimaat, dierenwelzijn en maatschappelijke acceptatie.
Voor varkenshouders betekent dit een periode van grote onzekerheid. Er wordt gesproken over een grondige herstructurering van de sector. Daarbij gaat het niet alleen om technische aanpassingen in stallen, maar ook over de omvang van de varkensstapel, de exportgerichtheid van de productie en de ruimte voor verdere groei.
Ook op het gebied van dierenwelzijn wordt de druk groter. Onderwerpen als staartcouperen, meer ruimte, wroetmateriaal, speenleeftijd en fokpraktijken staan nadrukkelijk op de politieke agenda. Zulke maatregelen kunnen bijdragen aan dierenwelzijn, maar verhogen tegelijk de kostprijs, vragen investeringen en geven dus vraagtekens voor de winstgevendheid in de toekomst.
Nitraatgehalte moet omlaag
Daarnaast speelt waterkwaliteit een belangrijke rol. In Denemarken is er veel discussie over nitraat in drinkwater en over de invloed van intensieve landbouw op kwetsbare gebieden. Strengere normen voor drinkwater en beperkingen rond waterwingebieden kunnen gevolgen hebben voor mestplaatsing, grondgebruik, vergunningen en ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven. Vooral bedrijven in kwetsbare regio’s kunnen hierdoor minder ruimte krijgen om te groeien.
Dreigende instorting voor de gehele keten
De gevolgen van een radicale ingreep in de sector blijven niet beperkt tot de varkenshouder zelf. Een kleinere of anders ingerichte varkenssector werkt door in de hele keten. De complete keten is ingericht op volume en continuïteit. Als de productie daalt of de export van biggen minder vanzelfsprekend wordt, heeft dit grote gevolgen.
Vanuit de Deense landbouw klinkt daarom ook zorg. De verdeling van landbouwbevoegdheden over meerdere ministeries kan leiden tot meer bureaucratie en minder duidelijke verantwoordelijkheid. Denemarken krijgt namelijk geen klassieke landbouwminister meer, zo valt er te lezen in de nieuwe regeringsplannen. In plaats daarvan worden landbouwtaken verdeeld over meerdere ministeries en komt er een nadrukkelijkere koppeling met natuur, water, dierenwelzijn, milieu en leefbaarheid.
Het kan snel gaan
Denemarken en Nederland en Vlaanderen lijken op elkaar: landen met een intensieve en efficiënte varkenshouderij, maar ook stevige maatschappelijke discussies over mest, waterkwaliteit, natuur, dierenwelzijn en schaalgrootte. Wat nu in Denemarken gebeurt, laat zien dat er in korte tijd veel kan veranderen.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Pixabay

