Streptokokken (met name Streptococcus suis) behoren tot de belangrijkste oorzaken van uitval en ziekte bij biggen. Op veel bedrijven is de bacterie al aanwezig, maar problemen ontstaan meestal pas wanneer meerdere risicofactoren tegelijk samenkomen. De aanpak zit daarom niet in één enkele maatregel, maar in het consequent verlagen van de druk op het bedrijf.
“Het is bijna altijd een optelsom van factoren,” klinkt het in de praktijk. Denk aan een hogere infectiedruk door insleep of hygiëne, stressmomenten rond werpen, verleggen, spenen en mengen, en kleine wondjes die als toegangspoort dienen voor bacteriën. Ook onvoldoende biestopname en wisselende groepssamenstellingen spelen vaak mee.
Infectiedruk onder controle
Omdat streptokokken zich makkelijk verspreiden via mensen, materialen en dieren, is hygiëne een eerste belangrijke schakel. Een vaste, consequente werkroutine maakt daarin het verschil. Werken volgens een duidelijke stalvolgorde van jong naar oud, het strikt scheiden van schoon en vuil, en het beperken van contact tussen afdelingen helpen om de druk te verlagen. Ook het werken met vaste materialen per afdeling en een goede quarantaine bij aanvoer van dieren zijn daarbij essentieel.
Rust in de koppel
Hoe meer er gemengd of verlegd wordt, hoe hoger de stress én de kans op verspreiding van bacteriën. In de praktijk betekent dat: tomen zoveel mogelijk intact laten, verleggen alleen wanneer nodig en zo vroeg mogelijk, en na spenen geen groepen meer samenvoegen. Stabiliteit in de groepsopbouw geeft rust én minder infectiedruk.
Hygiënisch werken rond geboorte en behandelingen
De eerste levensdagen zijn cruciaal. Een schone werkomgeving rond het werpen, zorgvuldig werken met materialen en zo min mogelijk verstoring in het hok verlagen het risico op infecties. Ook bij behandelingen is hygiëne belangrijk, net als het direct en correct ontsmetten van eventuele wondjes.
Wondjes voorkomen is sleutel
Beschadigingen aan de huid vormen de belangrijkste ingang voor streptokokken. Daarom loont het om gericht te werken aan preventie: gladde vloeren, zorgvuldig uitgevoerde tand- en staartbehandelingen en aandacht voor correct uitgevoerde ingrepen zoals castratie. Voorkomen is hier duidelijk effectiever dan achteraf behandelen.
Een sterke start maakt verschil
De basis wordt gelegd in de eerste uren na geboorte. Voldoende en tijdige biestopname, vitale biggen en een uniforme ontwikkeling binnen het toom bepalen in grote mate de weerstand later in het leven. Wat hier goed gaat, werkt door in de rest van de ronde.
Stabiliteit in de opfok
Na het spenen kan de druk snel oplopen. Een goede reiniging van de afdeling, gevolgd door ontsmetting en voldoende droogtijd, helpt om de infectiedruk te verlagen. Daarnaast zijn voldoende ruimte, een stabiel stalklimaat en vlotte voer- en wateropname belangrijk om de overgang soepel te laten verlopen.
Voeding als ondersteuning
Voeding speelt geen directe rol in het voorkomen van streptokokken, maar ondersteunt wel de weerstand van het dier, vooral rond stressmomenten zoals het spenen.
Van losse maatregelen naar totaalmanagement
Streptokokkenproblemen ontstaan zelden door één oorzaak. Het is het samenspel van hygiëne, stress, wondjes en opstartkwaliteit. Bedrijven die hier structureel op sturen, zien in de praktijk vaak een duidelijke daling in problemen.
Wie consequent werkt aan rust, hygiëne en een sterke start, zet de grootste stap richting grip op streptokokken bij biggen.
Tekst & Beeld: Meike Wittenhorst

