In de eerste weken na het spenen spelen huisvesting en klimaat een belangrijke rol voor biggen. Daarom is meer aandacht voor het gebruik van onderkomens in biggenafdelingen noodzakelijk. Volgens Wageningen University & Research en het Klimaatplatform Varkenshouderij kunnen deze voorzieningen bijdragen aan rust, structuur en een stabiel stalklimaat.
Een onderkomen is volgens de WUR en het Klimaatplatform Varkenshouderij een afgeschermde ligplek in het biggenhok, meestal met een deksel, waar in de eerste weken na het spenen een warm en tochtvrij microklimaat ontstaat. Daardoor kunnen biggen daar rusten, terwijl de rest van het hok koeler blijft voor eten, drinken en mestgedrag.
Onderkomens als onderdeel van hokinrichting
Een goed ingerichte biggenafdeling ondersteunt het gedrag van dieren in de eerste weken na spenen. Zo ontstaat er meer structuur wanneer het hok wordt verdeeld in duidelijke functiegebieden, zoals een lig-, eet- en mestzone. Hierdoor kunnen biggen hun natuurlijke gedrag beter volgen.
Daarnaast zorgt een onderkomen voor een afgebakend liggebied met een warmer en tochtvrij microklimaat. Tegelijk blijft de rest van het hok koeler, wat eten, drinken en mestgedrag stimuleert. Dit verschil in klimaatzones draagt volgens de betrokken partijen bij aan schonere hokken en een betere luchtkwaliteit. Ook ontstaat er meer rust, doordat biggen minder geneigd zijn om op ongeschikte plekken te liggen.
Effect op gedrag en gezondheid
Het gebruik van onderkomens hangt samen met meerdere aspecten van diergedrag en gezondheid. Zo kan een stabieler microklimaat helpen om stress te beperken. Daardoor neemt mogelijk ook het risico op ongewenst gedrag, zoals oor- en staartbijten, af.
Bovendien blijkt uit praktijkervaringen dat biggen bij voldoende warmte en beschutting sneller opstarten na het spenen. Ze eten eerder en vertonen meer regelmaat in hun gedrag. Dit leidt tot een betere voeropname en een gelijkmatigere ontwikkeling. Tegelijk draagt een goede scheiding tussen lig- en mestgedrag bij aan hygiënischere omstandigheden in het hok.
Praktische toepassing in de eerste weken
Het onderkomen wordt vooral gebruikt in de eerste twee tot drie weken na het spenen. In deze periode hebben biggen extra warmte nodig en eten ze nog relatief weinig. Daarom biedt een afgesloten ligruimte met een deksel een geschikte rustplek.
Vervolgens wordt het gebruik aangepast naarmate de dieren groeien. Zo wordt de deksel stapsgewijs verhoogd om oververhitting te voorkomen. Het is daarnaast belangrijk om dagelijks naar het gedrag van de biggen te kijken en daarop bij te sturen. Dit geldt ook voor ventilatie en temperatuur, die goed op elkaar moeten zijn afgestemd. Ook speelt de plaatsing een rol. Het onderkomen bevindt zich in het liggedeelte en beslaat meestal een deel van het hokoppervlak. Hierbij is het van belang dat het ontwerp controle en reiniging mogelijk maakt.
Ontwerp en klimaatbeheersing
De werking van een onderkomen hangt samen met het ontwerp en de afstemming op het stalklimaat. Zo helpt een geïsoleerde deksel om warmte vast te houden en tocht te beperken. Ook de vloerkeuze is van belang, omdat een dichte en geïsoleerde ligvloer bijdraagt aan comfort. Verder is ventilatie cruciaal. Lucht moet goed mengen voordat deze het dier bereikt, om tocht te voorkomen. Tegelijk kan er, door het gebruik van onderkomens, vaak meer worden geventileerd zonder dat biggen afkoelen. Dit kan leiden tot lagere concentraties van ammoniak en CO₂ in de stal. Daarom vraagt het toepassen van onderkomens om een samenhangende aanpak van temperatuur, ventilatie en inrichting.
Het gebruik van onderkomens komt in meerdere Europese landen voor. In landen als Denemarken en Finland is het systeem al gangbaar. Ook in Duitsland neemt de toepassing toe.
Leaflet onderkomens voor gespeende biggen
Wageningen University & Research (WUR) heeft in samenwerking met het Klimaatplatform Varkenshouderij de leaflet “Onderkomens voor gespeende biggen” opgesteld. Het praktisch document sluit aan bij de ambitie om te werken aan robuuste en gezonde varkens in een diervriendelijke houderij. Het document bundelt praktijkervaringen en wetenschappelijke kennis en is bedoeld voor varkenshouders en erfbetreders die hiermee aan de slag willen.
Tekst: Esmee Groot Roessink

