Het is belangrijk dat aan het einde van het groeiseizoen of na de oogst, zo weinig mogelijk nitraatstikstof aanwezig is in het bodemprofiel. Om dit op te volgen wordt tussen 1 oktober en 15 november het nitraatresidu in het bodemprofiel gemeten. Deze nitraatresidumetingen kunnen enkel door erkende laboratoria gebeuren die hierbij een strikte werkwijze moeten volgen.
Elk jaar selecteert de Mestbank over heel Vlaanderen percelen waarvan ze de hoeveelheid nitraatstikstof in het bodemprofiel laat bepalen. Van de 9.718 percelen die dit jaar zullen bemonsterd worden, zijn er 1.931 willekeurig verspreid over Vlaanderen, als representatieve steekproef. De overige percelen worden voornamelijk geconcentreerd in gebieden waar de waterkwaliteitsdoelstellingen nog niet gehaald werden.
Land- en tuinbouwers bij wie percelen geselecteerd werden, worden hiervan per brief op de hoogte gebracht door de Mestbank. Het laboratorium dat de bemonstering zal uitvoeren, brengt hen daarna op de hoogte van de dag waarop de staalname zal gebeuren. Het laboratorium stuurt het analyseverslag naar de land- of tuinbouwer zodra dit beschikbaar is. De kosten van deze nitraatresidubepaling zijn voor rekening van de Mestbank.
Aandachtspunten
* Groentepercelen met band- of rijbemesting moeten op een aangepaste manier bemonsterd worden om een correct nitraatresidu te kunnen bepalen. Tuinbouwers die op hun geselecteerde groentepercelen band- of rijbemesting toepasten, moeten dat vóór 8 oktober melden aan de Mestbank zodat hiermee rekening kan worden gehouden bij de bemonstering. Indien dit niet gemeld wordt, zal de standaard bemonsteringswijze toegepast worden.
* Land- en tuinbouwers kunnen gedurende de hele periode van de campagne (van 1 oktober tot en met 15 november) een tegenstaal laten nemen door een erkend laboratorium van hun keuze. De land- of tuinbouwer moet het analyseverslag van het tegenstaal zelf overmaken aan de Mestbank. De Mestbank houdt rekening met het laagste analyseresultaat van de geldige staalnames.
Verplichte nitraatresidubepalingen door de land- of tuinbouwer
Naast de nitraatresidumetingen die de Mestbank laat uitvoeren, moeten een aantal landbouwers, op eigen kosten, het nitraatresidu van bepaalde percelen laten bepalen.
Hiervoor kunnen twee redenen zijn:
In beide gevallen duidt de Mestbank de percelen aan die bemonsterd moeten worden. De kosten van de nitraatresidubepaling op de aangeduide percelen zijn voor rekening van de land- of tuinbouwer. Hij moet dan ook ZELF contact opnemen met een erkend laboratorium van zijn keuze om in de periode van 1 oktober tot 15 november een nitraatresidubepaling te laten uitvoeren. De Mestbank bezorgt de land- of tuinbouwer een aanvraagformulier met alle relevante gegevens over de te bemonsteren percelen dat hij kan gebruiken om zijn opdracht door te gegeven aan het laboratorium.
Aandachtspunten
* Het is aangewezen tijdig een afspraak te maken met het laboratorium. Het perceel moet immers binnen de periode tussen 1 oktober en 15 november bemonsterd worden.
* Wanneer band- of rijbemesting toegepast wordt op groentepercelen, brengt de tuinbouwer het laboratorium vooraf op de hoogte zodat deze percelen op gepaste wijze kunnen bemonsterd worden.
* De land- of tuinbouwer kan het laboratorium toestemming geven om het resultaat rechtstreeks over te maken aan de Mestbank door het aanvinkvakje op het aanvraagformulier voor de bemonstering aan te kruisen. Kiest de land- of tuinbouwer er voor om zelf het analyseresultaat over te maken aan de Mestbank, dan stuurt hij dit op vóór 30/11/2011.
In het kader van de beheerovereenkomst Water
Wie een beheerovereenkomst Water met de Vlaamse Landmaatschappij sloot, kan hiervoor een vergoeding ontvangen. Voorwaarde is wel dat aan alle contractuele verplichtingen wordt voldaan. Eén van deze verplichtingen bestaat erin om tussen 1 oktober en 15 november het nitraatresidu te laten bepalen.
Op welke percelen?
De percelen waarop de land- of tuinbouwer dit jaar de beheerovereenkomst Water toepast, werden aangeduid op de verzamelaanvraag met als bijkomende bestemming ‘BW3’. Op alle gemelde percelen moet een nitraatresidubepaling uitgevoerd worden. Als het resultaat van de nitraatresidubepaling op deze percelen lager is dan de wettelijke norm, komt het perceel in aanmerking voor het berekenen van een vergoeding.
Percelen die niet vóór 31 mei gemeld werden in de verzamelaanvraag, komen NOOIT in aanmerking voor het berekenen van een vergoeding. Een meting van het nitraatresidu op deze percelen laten uitvoeren, heeft dan ook geen zin. Een beheervergoeding zal bovendien slechts berekend kunnen worden wanneer een landbouwer de percelen een volledig jaar in gebruik heeft. Overnames van de beheerovereenkomsten Water moeten daarom zo snel mogelijk aan de VLM worden gemeld.
Tijdig gemelde percelen met een graangewas, komen in aanmerking voor het berekenen van een vergoeding als het graangewas gevolgd wordt door een nateelt. De gegevens van de verzamelaanvraag worden gebruikt om dit gegeven te controleren.
Correcte staalname en een goede doorstroming
Per 2 ha en per teelt is een staal vereist. Dit betekent bijvoorbeeld dat er voor een perceel van 3 ha twee staalnames van elk 1,5 ha noodzakelijk zijn. Om de bemonstering correct te laten verlopen, is het best dat de land- of tuinbouwer zelf aanwezig is tijdens de staalname. Zo kan ervoor gezorgd worden dat de staalnemer voldoende stalen neemt op de juiste percelen. Na afloop van de campagne worden de resultaten bij de VLM verwacht, anders kan geen vergoeding voor het perceel worden berekend en kan er geen beheervergoeding worden uitbetaald. De VLM moet vóór 31 januari over de staalnameresultaten kunnen beschikken.
Om een correcte en vlotte staalname en verwerking toe te laten én om de beheerovereenkomsten zo snel mogelijk te kunnen uitbetalen, kiest de land- of tuinbouwer een erkend laboratorium en vraagt hij het labo om de resultaten zo snel mogelijk over te maken aan de VLM. Omdat niet de VLM, maar de land- of tuinbouwers het laboratorium kiezen, mag de VLM enkel persoonlijke gegevens doorgeven aan het laboratorium wanneer de land- of tuinbouwer daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven. Ieder laboratorium beschikt over een document waarmee de land- of tuinbouwer hiervoor, op een eenvoudig manier, toestemming kan verlenen. De land- of tuinbouwers nemen hiervoor best contact op met het gekozen laboratorium. Eenmaal de land- of tuinbouwer schriftelijk toestemming heeft gegeven om de nodige gegevens uit te wisselen, bezorgt de VLM aan het gekozen laboratorium de te bemonsteren percelen, evenals het aantal te nemen stalen per perceel. Dit gebeurt op basis van de perceelsgegevens zoals ze door de land- of tuinbouwers werden gemeld op hun verzamelaanvraag.
Het laboratorium bezorgt de resultaten van de nitraatresidubepaling rechtstreeks aan de VLM.
Gevolgen bij een te hoog nitraatresidu
De land- en tuinbouwers krijgen begin 2012 een brief van de Mestbank met het weerhouden analyseresultaat per perceel en de eventuele begeleidende maatregelen bij een te hoog nitraatresidu. Op percelen die de gestelde drempelwaarden overschrijden zijn begeleidende maatregelen van toepassing, in het jaar volgend op de staalname (2012). Deze begeleidende maatregelen variëren afhankelijk van de hoogte van overschrijding: bodemstalen laten nemen, een bemestingsplan opmaken, bemestingsadviezen toepassen, verstrengde bemestingsnormen, … .
Erkende laboratoria
De lijst van erkende laboratoria staat op de website van de VLM (www.vlm.be – klik bovenaan op ‘land- en tuinbouwers’ - rubriek ‘in de kijker’).
Contactpersonen
Wie vragen heeft bij de staalnamecampagne, kan altijd, afhankelijk van z’n vraag, contact opnemen met de contactpersoon van de Mestbank of van de dienst Beheerovereenkomsten in zijn provincie.