Nieuwe attesten voor bemesting van derogatiepercelen

20.07.2011

Landbouwers met derogatiepercelen kunnen die bemesten met dierlijke mest van runderen (behalve mestkalveren), paarden, geiten en schapen. Ook bemesting met de dunne fractie afkomstig van de scheiding van varkensmest en met het effluent uit biologische mestverwerking, is mogelijk op derogatiepercelen. Beide meststoffen moeten daarbij voldoen aan de nodige voorwaarden.
De juiste opbrenging van de dunne fractie van varkensmest en het effluent uit biologische mestverwerking, moet door de Mestbank strikt worden opgevolgd. Producenten van dunne fractie varkensmest en effluent moeten in dit kader op voorhand een specifiek attest aanvragen bij de Mestbank. Die producenten bezorgen daarna een kopie van de geldige attesten aan de exploitant van het derogatiebedrijf. Het derogatiebedrijf dat dunne fractie of effluent laat aanvoeren op zijn derogatiepercelen, heeft die kopie nodig als onderdeel van zijn bemestingsplan.

Hoe de attesten aanvragen?
De nieuwe aanvraagformulieren zijn beschikbaar op de website van de VLM: www.vlm.be. Landbouwers kunnen hun aanvraag dus vanaf nu indienen. Klik achtereenvolgens op de volgende rubrieken: Land- & tuinbouwers > Mestbank > Formulieren > Mestproblematiek > Derogatie.
Aanvragers moeten bij  hun aanvraag een analyseresultaat van een erkend laboratorium voegen dat aantoont dat de dunne fractie of het effluent voldoet aan de vereiste voorwaarden. Die analyse mag maximaal zes maand oud zijn.

Voorwaarden ‘dunnefractieattest’

  • De dunne fractie heeft een N/P2O5-verhouding van minimum 3,3.
  • De dunne fractie is na de scheiding niet vermengd met dierlijke mest, andere meststoffen of kunstmest.
  • De dunne fractie heeft geen verdere bewerking ondergaan na het scheidingsproces.
  • De dikke fractie die bij de scheiding wordt geproduceerd, moet worden verwerkt in een verwerkingseenheid en het afgewerkte product mag in het Vlaamse Gewest niet op landbouwgrond worden gebracht tenzij in tuinen, parken en plantsoenen.
  • De mestscheiding is onderworpen aan VLAREM-maatregelen.

Voorwaarden ‘effluentattest’

  • Het effluent is afkomstig van een verwerkingseenheid waar uitsluitend varkensmest of derogatiemest wordt verwerkt.
  • Het effluent bevat maximaal 1 kg N per ton en maximaal 1 kg P2O5 per ton.
  • Het effluent is niet vermengd met dierlijke mest, andere meststoffen of kunstmest.
  • Het is niet toegelaten om meer dan 15 ton per hectare effluent op te brengen op derogatiepercelen. Het effluent mag, nadat het attest verkregen is, met derogatiemest worden gemengd op het bedrijf van de landbouwer die de derogatie heeft aangevraagd voor zover niet meer dan 15 ton effluent per hectare per jaar wordt opgebracht.