In een reactie op het gebeuren bij Delhaize stelt FEBEV, de beroepsvereniging van de slachthuizen en versnijders, dat aankooppolitiek en dus varkensprijs los staat van commerciële akkoorden tussen handelspartners. “De akkoorden die de laatste dagen heftig werden besproken behelzen ook minder dan één procent van de Belgische jaarproductie, wat dus onmogelijk een invloed kan hebben op de globale Belgische varkensprijs”, zegt gedelegeerd bestuurder Thierry Smagghe.
In dezelfde mededeling dankt FEBEV de grootdistributie omdat die naar verluidt voor hoofdzakelijk Belgisch vers vlees kiest. “Enkel door die keuze kan de hele Belgische vleesketen blijven bestaan”, luidt het. “Delhaize heeft zich bovendien geëngageerd naar zijn leveranciers om de fluctuaties van de Meatindex te volgen. Het verleden heeft bewezen dat de Meatindex de meest faire marktprijs weergeeft en dus garant staat voor de maximale varkensprijs voor de boer.” Smagghe herhaalt ook dat Duitsland de bepaler van de Europese varkensprijs is en blijft. “Of men dit nu wil of niet, één varken op vier vertrekt vanuit België naar Duitsland.”
FEBEV erkent dat de varkenssector en de varkenshouder al jaren in crisis verkeren en dat alle hulp welkom is. Maar de federatie van het Belgische vlees waarschuwt ook: “Directe steun vanuit de grootdistributie verbonden aan afzet en productie kan echter enkel marktverstorend werken. FEBEV wenst dan ook betrokken te worden bij de uitwerking van eventuele bonussystemen. Eigenlijk horen dergelijke discussies thuis binnen het ketenoverleg. FEBEV lanceert daarom een oproep aan alle schakels van de keten om samen het gebruik van Belgisch vlees verder te maximaliseren, ook in verwerkte producten. “Zo kunnen al onze Belgische bedrijven blijvend en duurzaam de vruchten plukken van een lokale politiek waar we allemaal samen beter van worden”, besluit gedelegeerd bestuurder Thierry Smagghe.